Lang leve het Westvlaams
november 16, 2007
De tijd dat anouk nog Westvlaams sprak, ligt lang achter ons. Want sedert ze naar school gaat (en dat doet ze al meer dan 5 jaar ondertussen), spreekt ze zo’n taaltje dat voor Gentenaars Westvlaams lijkt, en voor ons Gents. Of toch meer Gents dan wij ooit zullen spreken.
Het eerste echte Gentse woord dat ze gebruikte was ‘peetjes’. Wij zeggen ‘ventjes’ als we het over speelgoedmannetjes hebben, zij dus niet. Hier zegt men peetjes, en dat doet zij dus ook.
Wij vinden het grappig, haar taaltje, al is het vaak zeer inconsequent. Anderen valt het enorm op, dat ze niet zoals ons spreekt.
Want, het moet gezegd, wij praten nog altijd zeer Westvlaamsig tegen elkaar. Oe platter,oe liever, denk ik soms. Al is dat niet altijd welkom. Zo hou ik persoonlijk enorm van het woord ‘wuvetje’, waarmee men ‘vrouwtje’ bedoelt. Ik gebruik dat vaak, niet altijd in de verkleinvorm, en het wekt bij mensen ergernis op (’ze zouden dat tegen mij niet moeten zeggen!’). Wij hebben nog van die woorden, die wat gemeen lijken, maar het mijns inziens ab-so-luut niet zijn.
Ik praat dan ook mijn dialect tegen de kinderen thuis. Omdat ik ‘t mooi vind,en vanzelfsprekend, maar ook omdat ik daarin het best kan verwoorden wat ik wil zeggen. Ik kan mij bijgevolg niet inbeelden dat ik Jan of Anouk of Clarisse de liefde verklaar in de trant van: ‘khou van jullie, ik hoop dat jullie dat weten’. Nee, ik zeg: ‘kzie junder geirn, e je meugt da nooit vergeetn’, of iets gelijkaardigs.
Misschien kijken mensen raar op, of houden ze er andere visies op na, kan allemaal zijn, maar ik huiver van dat gekuist Nederlands, dat wannabe-taaltje dat ik vaak op de trein hoor als ik van Ieper naar Gent reis. Ik ben er niet van overtuigd dat dat taaltje een essentiële bijdrage levert aan het taalbegrip van je kinderen, dus waarom zou ik mij er aan laten vangen? Ik doe mijn best (niet).
Ik ondervind dat Anouk, ondanks onze en andere invloeden, een eigen taaltje ontwikkelt, waar mijn eigen dialect een bijdrage toe levert, maar niet de belangrijkste. Wat ik haar wel dagelijks bijbreng, en wél noodzakelijk vind, zijn woorden. Allerhande, nieuwe, grappige, moeilijke, ambetante, droevige en ontroerende woorden. Woorden waarover ze na moet denken, waar inhoud achter zit, waar ze (heel content) zinnen mee maakt en vragen over stelt.
Daar wordt ze wel rijker van, die meid, veel meer dan van het correct kunnen uitspreken van boterhammen, pakweg. En daar gaan we wél voor.
november 16, 2007 at 8:41 pm
marie blijf je taaltje maar spreken want ik ben het al gewoon dat ik bij ons in de buurt meer westvlaams hoor dan turks en dat dank zij u en andere westvlaamse import.
groetjes
november 17, 2007 at 11:23 am
Aan de Westvlaamse Teutonen,
Veel vroeger spraken de Oostvlamingen ongeveer dezelfde taal als de Westvlamingen. Door Brabantse invloed is dat veranderd. Dus julder Westvlaams zoekt naar de oude bronnen.
Wuvetje is inderdaad een mooi woord, vol genegenheid en vertedering. Lijk metje ook zo zinvol is voor grootmoeder of doopmeter. Opa en oma zijn tenslotte maar afkortingen van oude ma en oude pa. Ik herinner me de killewille en je gebruikt daar een mooi woord ‘froezelen’.
Woensdag gaan luisteren naar Roland Desnerck over het Oostends en de zeemanstaal. Prachtig.
Het schoonste Westvlaams woord lijkt me nog altijd ‘lutsebalieren’. En is ’schaverdijnen’ niet veel rijker dan schaatsen.
Ik zie Clarisse al schaverdijnen.
De grote complementen van metje.
Peter Rik
november 19, 2007 at 12:51 pm
Ben al direct es komen kijken. Tof, zeg.
Ben het absoltuut met je eens, wat betreft dat dialect spreken. Als je het doet, doe het van de eerste keer zoals het moet. Sappig dialect met uitdrukkingen en woorden die je nog weinig hoort. En je kinderen kunnen er nu om lachen, later koesteren ze je taaltje.
Trouwens, wij vinden Anouk behoorlijk West-Vlaams klinken, hoor. En als we er iets over zeggen, dan steekt ze nog een tandje bij, het sloeberke.
Alleen, er is toch wel een verschil in dialecten. West-Vlaams is gewoon één van de leukste én meest aanvaarde dialecten. Ook al verstaan we het niet altijd even goed, dan vinden we het nog charmant, grappig en authentiek.
Mijn dialect (Limburgse Kempen) is dus allesbehalve charmant. En veel mensen hebben er sinds ‘Jehaan en Pettrik’ van het Peulengaleis een heel goed beeld van. Niet iets waar je mee te koop loopt en al zeker niet in Gent.
november 19, 2007 at 1:10 pm
Amai Huguette, we zouden er nog een dikkenek van krijgen van al dat gestoef met onze taal…
november 19, 2007 at 1:11 pm
Peter,
Inderdaad, schaverdijnen wordt hier ook gebruikt, zegt Jan. Er is er zelfs een straat naar genoemd in Gent. Zo zie je maar…