Misdaad

november 30, 2008

Ik hou van misdaad op tv.

Trial en Retribution en de Kurt Wallander-reeks kunnen mij aanzienlijk meer bekoren dan de voorgekauwde series à la Witse en Inspector Frost.

De plotse ommekeer, het verrassingseffect en de puike prestaties van nevenpersonages vind ik heerlijk. Op den duur geraakt een mens vertrouwd met de vaste karakters, wat ik fijn vind. Maar het meest geniet ik van de acteerprestaties van de éénmalige acteurs.

Zoals die mama gisterenavond, die na een reis thuiskwam en haar baby dood in zijn bed vond. Nanny weg, kind dood en een hoop andere bizarre zaken.
Hoe ze dat verdriet vertolkte, ik vond het magisch. Als verdriet dan al magisch kan zijn.
Zo echt.
Voeg daar dan nog een autopsie aan toe, en ik voel me een beetje zoals 10 jaar geleden.

Marie bleitekous was alweer een feit.

Ik weet niet hoe het komt

november 29, 2008

maar ik moet bleiten bij het minste.

Ik las het bij Lilith, en verdorie, ik begreep het gelijk geen ander.

Als ik een madame aan de kassa zie sukkelen met haar centjes, als Anouk zegt hoe graag ze me ziet, als ik weeral een meneer aan de lijn heb die het zo moeilijk heeft met de zaken.

Levendig stel ik me dat voor, die ellende, met heelder verhalen en ontknopingen toe.

Hoe graag ik in de bres zou springen en helpen.

Ik zou soms zo een beetje mijn hele hebben en houden weggeven, en het zou me niks kunnen schelen, denk ik zo.

Marie=bleitekous.
Dat is wat me te wachten staat deze winter, ik voel het gelijk aankomen.

Over and over again

november 28, 2008

Als ik stop met het wrijven over haar ruggetje, beweegt ze als een kleine hond die affectie zoekt.
Alsof ze ‘nog, nog’ wil zeggen.

Ze hangt als een pop op mijn arm en enkel haar draaiende handjes verraden dat ze niet slaapt.

Wanneer Bob Dyman stopt met zingen, kijkt ze verdwaasd op en een kreet ‘og,og’ volgt.
Even gelukzalig zwijmelt ze verder.

Moest ze kunnen, ze kroop terug in mijn buik.

Stop ze in het park, zou mijn grootmoeder wellicht denken. Dat wil ze niet meer, denk ik dan terug. In mijn tijd was het niet van willen, zou zij wellicht denken. Ik weet het, ik weet het.

Ik heb de grootste tijdrover van het leven gebaard, denk ik zo.

Het betert als ze kruipt, zei men (njet). Het zal beteren als ze stapt, zegt men nu.

Wedden?

Vervelend

november 25, 2008

In Azië lijken mensen veel meer fysiek contact met elkaar te hebben. Een vriendin uit de Fillipijnen masseert zomaar de tenen van haar puberdochter. Omdat ze toevallig naast elkaar in de zetel zitten, en het beiden leuk vinden. Ook het badritueel, waarbij moeder en dochter uren in de badkamer vertoeven, gebeurt vaak gemeenschappelijk. Massages, haartooi, het wordt allemaal in groep gedaan. Zelfs ‘het luizen’ gebeurt in groep.
In Indonesië gaan mensen op zoek naar elkaars luizen. Gewoon, terwijl ze samen zitten en praten.
Ze trekken er geen half uur voor uit, zoals ik het doe, altijd in het weekend, in het bad.
Ik weiger voorlopig nog altijd om dure, chemische produkten op het haar van mijn dochter aan te brengen, omdat ik het meest efficiëntie voel bij de nat-kam-methode.
Hoe gaat die in zijn werk?
1. Maak het haar nat.
2. Breng overvloedig veel conditioner aan op het haar, zodat het gemakkelijk doorkamt.
3. Kam van oor tot oor, horizontaal opschuivend.
4. Veeg de kam af aan wit huishoudpapier, want enkel op die manier kun je luizen zien.
5. Herhaal dit voor ongeveer een kwartier, want luizen laten zich niet gemakkelijk kennen.
6. Herhaal dit zeker na enkele dagen, want ook neetjes zijn verdomd venijnig en verpoppen zich alsof het niets is tot luizen.

Voor de rest kun je weinig doen. Het is vervelend als ouder, het is vervelend in de klas, maar het is nog altijd het meest vervelend voor het kind zelf. Want het gaat gepaard met jeuk, véél jeuk.
Voor de andere rest mag dat luizengedoe dan eens uit de taboesfeer gehaald worden, verdorie. Luizen mogen niet leiden tot stigmatisering, en al helemaal niet tot het weghouden van kinderen uit scholen.
Verdorie, het is zo al ambetant genoeg.

Zondag

november 23, 2008

Sinds een paar jaar vind ik zondag één van de machtigste dagen van de week.

Ik laat de ‘morgen-weer-werken’ aan mij voorbijgaan, want ik ga graag werken.
Ik heb pompoensoep gemaakt (merci, Marleen, voor de vrucht!), ik heb korstjes – of croûtjes, zoals ze dat hier zeggen – gebakken en we hebben samen soep gedronken. De jongste had het meer begrepen op de korstjes dan op de soep.
Ik heb verse tomaten én tomaten uit blik laten pruttelen met look en ajuin en laurier en rode wijn – omdat ik jaloers was op de heerlijke pasta-saus van Herfstmensje. Ik heb heerlijke pasta gekookt en besprenkeld met olijfolie met basilicum. We eten straks gebakken paddestoelen met room en peterselie. Daarna pasta.
We hebben taart gegeten, kofiie en cava gedronken voor de geboorte van het schoonste babytje van één week oud dat hier op bezoek was. Kinderen hebben sneeuwmannen gemaakt en spion gespeeld. Ik heb zonet van een insider één van de beste bakkerijen van Gent gekregen. Ik heb Jan gevraagd of hij een keigrote tatouage ‘M’ op zijn borst wil zetten, wat hij uiteraard niet wil, hij snapt zelfs niet dat ringen bij een trouw verplicht zijn. We gaan trouwen en we zullen aan alle genodigden frieten in zakjes mét champagne geven. Zonder ringen dan weliswaar. Ik ga sebiet de oudste uitluizen, want die luizen zijn hier zowat een plaag aan het worden.

Ik vind zondagen zolas vandaag de beste van mijn leven, jong. Nu nog de Morgen en mijn bord pasta en ge hoort mij niet meer vandaag.

Een goede werkweek voor zij die morgen werken, trouwens.
Ee

Ontdekking

november 23, 2008

Dat klein mensje heeft grijpgrage handjes, die het liefst een gsm, telefoon of televisiebakje vasthouden. Vingertjes die vol plezier drukken op verboden knoppen en geheime codes.
Hoe je bijvoorbeeld een telefoon op slot zet.
En wij maar denken dat onze telefoon het niet meer deed.
Bleek plots dat we er twee hadden, en dat een slimme toetsencombinatie de oorzaak was.

Enfin, plots hebben we nu 2 draagbare toestellen in omloop.
Waarmee wij, zo blijkt, intern kunnen bellen.
Waardoor de oudste nu al een halve dag van boven naar beneden belt, met simpele vragen die ze anders nooit zou stellen. ‘Mama, kom eens’, bijvoorbeeld.

Straks komt haar vriendje spelen. Met wie ze graag spion speelt. Snapt u het?
Twee toestellen zullen vannacht moe en tevreden in hun oplaadbakje staan, denk ik.

De slagroomtaart

november 22, 2008

De blauwe broek en witte pullover waren iets te groot. Net als mijn lederen boekentas. Mijn haar was puberig die dag.
We hadden een klasje dat de doorgang was tussen twee gangen. Twee gangen, één trap en bruine deuren.
We kregen een – groen- zeil voor op de bank. Die er bijgevolg oud en nieuw tegelijk uitzag.
We waren onwetend, nieuwsgierig en ook een beetje bang.
We kregen onze eerste les Latijn. Alsof het heilig was.

Dat we net een slagroomtaart waren, zei de juf. De crème fraîche van het leven.
Dat die taart ook een gebak-gedeelte had, zei ze. En dat je dat het best met de moderne kon vergelijken. En de koek, de aangebakken koek, dat was de handel.

En in die handel zat na een half jaar mijn beste vriendin. Met wie ik dagboeken bijhield, liefdesverdriet verteerde, met wie ik de dood van haar mama van heel nabij meevolgde toen ik 15 was.

In die aangebakken koek van de taart zat iemand die ik ongelooflijk vond.

Die leerkracht verdient nog altijd een posthume erkenning.

De erkenning van de meest Zielige en Ziekelijke leerkracht ooit. Ze verdient niet eens een aangebakken slagroomtaart in haar gezicht.

Herinnering

november 21, 2008

Omdat het huis dat wij in de toekomst zullen kopen, toch veel kleiner zal zijn dan dat waar we nu in wonen, lijkt het me tijd overbodige spullen overboord te kieperen. Zaken die al jaren op de zolder liggen, moeten weg.

Tot ik ze door mijn handen laat gaan.
Tot dan. Want dan ontdek ik weer waarom ze er nog zijn.

Killewille. Fien babypop. Rapport van bij juf Maria in het derde leerjaar. Kriebeltekeningen en dagboeken. Geparfumeerde liefdesbrieven met ellenlange cassette-lijstjes die ik van de verliefde mocht lenen.

Het ziet ernaar uit dat wij een zolder moeten ambiëren.

Voor één dag

november 20, 2008

Toen ik deze ochtend de Kantienberg aan het opfietsen was, viel mijn oog -weeral- op de stoere bouwvakkers die er torenhoge gebouwen aan het neerzetten zijn.
Iets verder piepte ik binnen in de kamers van het natuurmuseum voor kinderen, de wereld van Kina.

Twee keer dacht ik: ‘Oh, daar wil ik voor één dag werken.’

En mensen, ik zeg dat meermaals per week. Voor één dag.
Uit curiositeit.
Een kapper, een koerier van een pakjesdienst, een .Net-programmeur, een dokter, een vertaler-tolk, een cafémadam, een winkelbediende.
Gewoon, zomaar, om te weten hoe het voelt.

Maar het allerliefst zou ik een bibliothecaris willen zijn, in een oude, stoffige bibliotheek met hoge kasten. Met maar één klant die dag, die houdt van de dingen waar ik van hou, die leest wat ik hem aanbeveel. Voor de rest zou ik niks doen. Alleen maar snuisteren, dwalen en dromen van een kamer vol boeken. Voor één dag.

En u? Wat wilt u worden, voor één dag?

Bang

november 19, 2008

Ik hou van thrillers. Ik hou van John Malkovich. Van Jack Nicholson in zijn jongere jaren.
Ik hou van spannende series op Canvas. Met zenuwslopende ontkopingen en het gevoel dat je weet wie de dader is. Die dan toch iemand anders blijkt te zijn.

Ik durf alleen niet kijken. Niet als Jan al slaapt, en niet als ik alleen ben. Ik beeld me gruwelijke taferelen in, koers de trap op aan honderd per uur en spring vanuit de deur op bed.

Ik ben een watje als het over spanning gaat. Een echt watje.