Rust

juni 28, 2009

Een vierde zwangerschap brengt rust.
Rust in je hoofd en deze ook voor rust in mijn lichaam.

Waar de vorige zwangerschap doorspekt was met kwalen, verloopt deze extreem rustig.
Alleen mijn borsten weten niet goed wat hen overkomt.
De hoofdpijn is over, de misselijkheid was zeer beperkt, en het migraine-gevoel, dat de vorige keer onafgebroken zinderde door mijn logge lijf, blijft voorlopig weg.

Een vierde kind is zo erg anders dan alle voorgaande.
Het voelt zo vertrouwd aan, je weet wat er komt.
Het voelt ook definitief aan, want dit wordt wellicht mijn laatste zwangerschap. Er hangt een stukje nostalgie aan vast, alvoor deze periode om is. Het schiet soms eens door mijn hoofd: ‘ Laatste keer…’, maar zelfs die gedachte brengt rust met zich mee.

Materieel is het ook pakken gemakkelijker dan voorheen: geen lijstjes met dingen die nog aangeschaft moeten worden, want wij hebben echt alles al. Op een nieuwe stoel én andere draagdoek na. Want Jan wil heupdragen deze keer, nu Clarisse haar papa benoemd heeft tot persoonlijke draagstoel. Het moet gek zijn, want veel heup heeft hij gelijk niet, met zijn 65 kilo en maat XXS rond de heupen.
Mijn heupen, daarentegen, beginnen een beetje Afrikaans te groeien, na die 30 maanden zwangeren. In vergelijking met 10 jaar terug dan toch.

Maar ik hou van dat andere lichaam, dat minder vast is en vol tekenen van mijn kinderen zit. De plek van de eerste, de striem van de tweede, de donkere plek door de derde. Geen enkele tattoo-meneer zou het zo schoon kunnen maken, en zo echt alleszins.

En voor al degenen die het van plan waren, en zij die het al gevraagd hebben: ‘Neen. Wij gaan niet per sé voor een jongen, zo zijn we hier niet, in ons huis. ik hou van dochters, en drie dochters lijken mij al even heerlijk.’ ’t Is maar dat je het weet.

Boek

juni 26, 2009

Net voor ze naar bed moet, waggelt ze door de living naar haar boek.
Luid roept ze : ‘Jos!’ ‘Jos, Jos, ben jij?’
Als ze even later het mooie prentenboek van Guido Van Genechten in haar handjes heeft, kan het allemaal niet vlug genoeg gaan.
‘Kijk!’
‘Slaap!’
‘Saap!’
‘Papa, kijk, slang!’

Tot we bij Jos komen, die samen met zijn beer, muis en konijn in slaap valt.
‘Ootjes toe’, fluistert ze na, ‘laapwel, jos’

En dan begint ze helemaal van voor af aan. Want ook al is Jos doodop, zij is het op dat moment bijlange niet.

Soki

juni 20, 2009

Ik was het een beetje uit het oog verloren, dat juweeltje.

Het zat in de zijkant van mijn agenda en plots was het daar terug.

Mijn mooie broche van Soki.

Het was mijn ontdekking van het jaar op het gebied van juwelen. De juwelen munten uit door hun soberheid, de glimlach die ze op mijn gezicht toveren en de elegantie.

Ik denk dat ik bij hen mijn trouwring bestel.

Het werkwoord kopen

juni 18, 2009

Een jaar geleden, zowat, dachten we: ‘Wat als we nu eens een huis kopen?’

Maandenlang bleef het bij ‘als’ en een voorzichtig redeneren. Mijn huis, dacht ik verschrikt, mijn huis. Ik woon zo graag waar ik woon, en er zijn weinig dingen die mij hier zouden wegkrijgen.

Nochtans.

Een bel-étage. Ik zou er vroeger mee gelachen hebben, met schone verdiepen. Véél te ouderwets, te raar en een groot verlies van ruimte beneden.
Maar na zes jaar, vroeger zelfs, went het. Het went om boven te wonen, een gigantische gang te hebben en een tuin op het eerste verdiep. Tuintje.

Maar ja, dat dromen werd een zoektocht, die al bij al meeviel. Want ik doe dat dus niet graag hé, huizen zoeken. Ik krijg de kriebels van Immoweb en word altijd enthousiast bij de verkeerde huizen.

We kwamen in een goedkoop smijt-mij-om-en-bouw-mij-gerust-opnieuw huis in de Brugse Poort.
Het was gelukkig te klein, want ik was al een beetje verliefd. Ik zie Jan nog altijd zuchten.
Van opluchting hé.

We kwamen vervolgens in een piepklein huis in Mariakerke, dat ik echt lelijk en afschuwelijk vond. Met een hippe Immomadam die een beetje deed alsof ik haar vriendin was en zwaaide met haar telefoon-agenda-dinges. Brr.

Er kwamen nog: huizen met gesloten muur, huis dat fijn was maar te klein, en dat al na één dag werd verkocht, huis met werk en mogelijkheden en een verlaten huis, waar de kinderen blijkbaar halsoverkop waren verhuisd door een echtscheiding.

Een mens ziet nogal eens wat. Neem daar verhalen bij hé, want voor ik het weet vertellen mensen mij hun leven. En dan voel ik me weer slecht. Want meestal ging het om een scheiding, verlies, of ziekte.

En elke keer keken we naar elkaar, zuchtten en zeiden: ’t Is gelijk dat niet hé.’

Tot het huis met veel werk aan onze horizon verscheen. En ik was verliefd. Op het huis en zelfs een beetje op het werk. Maar ja, dan hadden we plots een fijne buurman die stukken realistischer denkt dan ikzelf en die zei: ‘Bezin eer ge begint.’

En ik bezinde, en op aanraden van de man van mijn vriendin, én de vrouw van mijn buurman, gingen we dan toch maar eens naar een huis hier om de hoek. Ge wist maar nooit.

En gisteren hebben we handen geschud met de mensen van dat huis. En ze zeiden: ‘Het huis is van jullie.’ En morgen worden er compromissen getekend, en wordt er gedanst en gefeest hier in ons huis.

Want wij hebben hier dus zowaar een huis gekocht. Een huis dat past bij ons, zei mijn nichtje. Ik vind dat ook, jong.

Oh ja, en nu zowat iedereen die ik ken het weet: wij krijgen ook een baby, trouwens. Er zit een Reus in mijn buik, en die krijgt de komende maanden de naam Parel, aldus Jan en Anouk. Ik had eerder aan Reus gedacht, maar bon, de meerderheid wint.

Parel, dus. Die ook nog wel als beebie wordt aangesproken. Die volgens Clarisse altijd slaapt (beebie laapt) en het liefst bedekt en zedig blijft (buik toe, mama).

Is dat zo, dat je anderhalf-jarigen en een beetje moet voorbereiden op de komst van een nieuw kind. Ja? Met boekskes en al? Met emo-verhalen en ‘Kijk eens naar de buik van mama’-bevelen.
Daar heb ik dus eens geen ervaring mee, sie. U wel?

Zes jaar geleden, toen wij hier kwamen wonen, ging Anouk net naar school.
Een keuze moest er niet meer gemaakt worden, want op 15 min stappen had ze er al een paar maanden school opzitten. De school in de straat van ons vorig huis.

Het was een evidentie, die school. Zelfs toen bleek dat hier, net om de hoek, op één minuut stappen,ook een school bleek te zijn. Want die school had een overgrote meerderheid allochtone kinderen tussen zijn muren, en er wordt nog al vlug eens gezegd dat dat feit het niveau naar beneden haalt. De taalachterstand zou één van de grote oorzaken zijn. Wat ik zelf bevestigd zag toen ik voor de klas stond. Turkse en Marokkaanse kinderen hebben het vaak een pak moeilijker met de (geschreven) taal. Dat zorgt voor meer werk, meer remediëring, en minder uitdaging voor de autochtone kinderen.

Het is geen veroordeling,maar een feit. Het is dan ook één van de redenen dat Vlaamse ouders vaak niet kiezen voor dichtbijgelegen buurtschooltjes, die algauw de stempel ‘concentratieschool’ krijgen. Die gedachtengang, dat feit: nefast voor de school, de leerkrachten en al zeker voor de kinderen, die op die manier nog minder in contact komen met autochtone kinderen, en op die manier nog minder kansen krijgen om Nederlands te spreken.

Gelukkig loopt het voor dat schooltje vlak bij ons huis niet meer zo’n vaart: waar je enkele jaren geleden nog héél weinig Vlaamse kinderen zag, zie ik daar al maar meer kinderen opduiken die Nederlands als moedertaal hebben. Ik zie fietskarren, ouders met draagdoeken en steppen, ik hoor de enthousiaste verhalen van mijn fantastische buren, die uitermate tevreden zijn over de school. Ik zie veel groen, veel engagement en heel veel blije kinderen als ik er passeer.

Ik was er enkele jaren geleden ook gevoelig voor, voor die waarschuwende vinger over het niveau in zogenaamde concentratiescholen.

Maar het is simpel: het is gelijk het doorbreken van een vicieuze cirkel. Het is de beslissing van doordachte ouders, die tegen die stroom in, toch voor de school gekozen hebben. Die een pioniersrol hebben gespeeld als het om onderwijskeuze ging.

Ik wil mijn dochter graag naar daar. Niet onze oudste, die zit goed waar ze zit, en heeft een band met de school. Maar de jongste dan. Ik wil als ouder het engagement aangaan dat die school verdient. Met of zonder taalachterstand.

Want de schoonste taal, die leren ze toch thuis.

Kunstsuperette

juni 12, 2009

kunstsuperette-2009-3[1]

Ik had het eventjes over het hoofd gezien: er is Kunstsuperette in Gent! Mijn vriendin herinnerde me er net aan.
Twee dagen heerlijk snuisteren tussen zelfgemaakte stukken. En er zou ook aan kinderkapsalon zijn, jong. Ik zou daar graag eens naartoe met Clarisse, want haar haar is wild, en al zeker als ze opstaat. Nu, ik kan niet, maar voor wie wel kan: doen!doen!doen!

Waarom niet?

juni 8, 2009

De impact van de verkiezingen op Anouk

Kiezen voor Vlaanderen is tegen de Turken, en dat begrijp ik niet. Hoe kan ik nu tegen Gözde kiezen? Ze is mijn vriendin. (Wellicht bedoelt ze het Vlaams Belang)

Waarom kiest niet iedereen voor Daniël? Hij zorgt dat wij een leuke stad hebben en doet zo zijn best, mama. Hij is ook grappig hé (Ze ziet een affiche van de burgemeester die ze herkent, ’t is nu niet dat wij hier thuis familiair doen over onze burgervader hoor)

Spa kiezen is altijd rood, is dat zo? Wat bedoelen ze met rood?

Mama, waarom kies je niet voor Groen? Dat gaat wel over onze longetjes hé mama. En over het Keizerspark.

Open vuludu, wat wil dat zeggen?

Is er in Europa ook een burgemeester en een minister? Hebben die ook een spaarpotje van de mensen gekregen? Gelukkig, dan kunnen wij arme mensen helpen.

Is Bart De Wever echt een slimme mens?

Ik herinner mij als kind luide zondagen in de living van mijn grootouders. Er werd een aperitief gedronken met een groot deel van de familie, en wij moesten stil zijn als er op tv iemand belangrijks aan het woord was. Ik herinner mij weinig vragen, zoals bij haar, wel dat ik het Vlaams Blok afschuwelijk vond.

Ik ben blj met haar naïef beeld, want ik voel nu al dat het goed komt.

Babbelwater

juni 8, 2009

Okee. Bij alles wat leuk, goed en aangenaam is.
Ja mama. Plichtsbewust, meestal na kattekwaad.
Eèè. Kaka. Iets vies, meestal kaka in de pamper.
Mmmmm lekker lekker lekker, nammie nammie. Bij alles wat op eten lijkt.
Auto bloem bloem. Als ze met een speelgoedtraktor door het huis doolt.
Uggy en tata. Als we het woord ‘park’, ‘winkel’ of ‘weg’ uitspreken.

Ze krijgt een eigen woordenboek, waarin nu al duidelijke richtlijnen staan over wat ze wil en vooral over wat ze niet wil.