Mijn schoonpapa is een beer

september 22, 2009

Terwijl de jongens met meubels sleuren, zit hij een omelet te eten bij mij aan de keukentafel.
Terwijl ik verder inpak en afwas, leest hij een oude krant, die hier al weken klaarligt voor ’t inpakken van glazen.

Hij is de zeventig voorbij, de mens, en zijn armen zijn dubbel zo dik en sterk als die van mij, en ik ben zwanger.

Hij sleurt met gemak nog hele verhuizen door de voordeuren, maar ’t zijn de trappen die hem nekken, zegt hij. Waardoor hij kortademig in de keuken belandt.

Ik ben blij met hem, denk ik, als ik zijn eieren kluts, want hij is de beste schoonvader die je hebben kunt in mijn ogen. Ook al vraagt hij wie Jan is, als die belde om te zeggen dat Clarisse geboren was. En zelfs al vroeg hij of we niet liever een zoon hadden gewild, toen.

In zijn sterke armen komen ze graag, mijn dochters, zij het kort en krachtig.

Mijn schoonvader is een beer, een echte beer. En ik hou nu eenmaal van beren.

Advertenties

13 dikke buiken

september 20, 2009

Op de valreep, laat op de vrijdagavond, bel ik haar nog eens op, om te vragen of we bij hen kunnen blijven slapen, na het feest.

‘Ja hoor, geen probleem’, zegt ze, ‘de enkele bedden hebben een donsdeken. En een dun kussen, maar dat vervangt ze wel.’

Er slaapt nog familie na het feest, maar hun grote huis herbergt graag veel mensen.

Natuurlijk praten we over het feest. Over morgen, en over haar dochter, mijn tante, die dan trouwt.

Met een piepstem vraag ik of ze zin heeft in het feest. ‘Dat gaat wel, zegt ze, al maak ik het niet meer graag laat.’

Ik piep verder dat ik héél véél rugpijn heb en dat feesten zowat het lastigste zijn om te doen voor ’t moment. Net als verhuizen, trappen lopen en kinders oppakken.

Zij weet dat, want zij had zelf negen dikke buiken. En negen verhuizen in haar leve, ook. En ik nu de vierde.Buik hé. Samen dertien dikke buiken. Samen weten we het, van dat niet altijd rozegeur en maneschijn. Van dat zuur, die knellende pijn en die kwalen. Als iemand met méér dikke buiken mij dingen toevertrouwt, dan luister ik. Omdat ik wéét dat het klopt.
Samen hebben mijn 2 grootmoeders en ik 20 dikke buiken doorploeterd. Het is gelijk een verbond. Het Dikke-Buiken-Verbond. Mijn vriendin E telt er vijf bij, zij weet ook waar ze van spreekt. Welkom, E.

Ik spreek in zulke termen, dees dagen, vergeef me.
Het is de rugpijn die het van mij overneemt en beslist heeft dat hij mijn leven voor eventjes zal regisseren. Wat voor wat ijlheid in mijn hoofd komt te zorgen, blijkbaar.

We zijn alletwee vroeg vertrokken, de grootmoeder en ik. Zij omdat ze moe wordt, zo laat, en dat is zo als je tachtig bent. Ik omdat de rug geen feesten toelaat, in combinatie met verhuizen.

Na een knipoog naar elkaar.

Paul Weller

september 20, 2009

Paul Weller past als geen één bij verhuizen, dozen en lege, veranderende huizen.

Ik doe alle ramen open, zet de muziek loeihard en vul de laatste dozen. De dochters zijn pas deze avond terug, en Jan is naar het nieuwe huis.

Dit wordt de allerlaatste dag in mijn oude huis, zonder anderen erbij.

Lang leve Paul Weller p zo’n moment.

In de zon kijken

september 19, 2009

Ik schrik telkens opnieuw van haar stijl.

Ik vergeet elke keer hoe het de vorige keer was.

Ik geniet van elke bladzij van al haar boeken en sta versteld van de diepgaandheid die zij in haar schrijven weeft.

Ik spaar het op, dit boek, zodat ik er langzaam maar lang van kan genieten.

De laatste

september 19, 2009

Het is veel keer de laatste, hier.

Het is de laatste week in ons oude huis. Waar we veel herinneringen, geluiden en gewoontes zullen achterlaten.
Ons keukenmonster blijft hier, omdat het in de afvoerbuis van dit huis leeft, al meer dan duizend jaar, en ondertussen stokoud is geworden en niet meer te verplanten valt.

De laatste keer zwanger, ook. Waarschijnlijk. Ik weet ondertussen dat er in het leven meer onzekerheden zijn dat wat anders, dus zeg nooit zomaar de laatste.

De laatste dag dat mijn tante ongehuwd opstaat en gehuwd gaat slapen. Wat gepaard gaat met een groot feest vanavond. En met een cadeau dat bij haar past.

De laatste dozen vullen, voor lange lange lange tijd. Ik droom ondertussen van gele stripbananen en blauwe letters.

Veel keer de laatste, veel keer met plezier. Af en toe wel een scheut van bewustzijn, die zegt:
‘Dit is de laatste keer dat een hummel van een halve kilogram en een dertig centimeter lang mijn binnenkant ondersteboven roefelt, alsof hij het woord ‘slaap’ en ‘rust’ nog moet leren kennen’

Fijn weekend.
Het is, zoals Kruimel zegt, nog altijd een beetje zomer. Het laatste beetje dan.

09/09/09

september 9, 2009

DSC_9953

DSC_9974

DSC_9962

Lang zal je leven

september 8, 2009

9 september 2009.

Gelukkige verjaardag, kleinste.
Twee.
Twee volle jaren ben je in ons leven.
Meer dan zevenhonderd dagen lang al maak jij elke dag tot een feest voor mij.
Met ‘komme komme’ en ‘pakke pakke’ en een voorliefde voor kangoeroes en geiten.
Met blauwe ogen waar ik jaloers op ben, haar dat dikker is dan dat van wij twee samen, en billen die vol rimpels staan.

Ik hou van jou als we samen fietsen, jij met je kleine handjes op mijn rug, ‘massage’ aan het geven.
Samen poezen zoeken achter de vensters, samen zwaaien naar de bloemetjes. Je verrukking als de zon begint te schijnen, je kreten als je papa ziet.
Die angst voor vliegen en wilde jongens gaat over, kleinste. Eens zul je lachen met de schrik die jij voor vliegen had. En zul je met mateloze bewondering naar wildebrassen kijken.

Je lach als ik ‘kiwi’, ‘pistolet’, of ‘tchumpiewumpie’ zeg. Je zegt ‘kaloungou’ tegen kangoeroe en dat is nu eens de mooiste naam die een kangoeroe krijgen kan. Honderd keer per dag roep je ‘Tinkielaap’ en alleen wij weten wat je daarmee bedoelt.

Je zult groeien, groeien, groeien.
Je zult de wereld alsmaar kleiner zien.
Je hebt met je komst ons leven zot veranderd, zoals alleen jij dat kan.

Gelukkige verjaardag, mimi.

Genoeg zolang

september 6, 2009

Genoeg is genoeg is genoeg.

Als drie weken dool ik door een huis vol dozen, etiketten en gonzende vragen als :’ Moet dit mee of mag dit weg?’

Een beslissing die alleen ik kan maken, want de meeste mooie dingen in ons huis zijn van mij. Oh, nee, niet weg, niet die doos met alle prenten waarvan ik de kleuren zo mooi vond. Mijn collectie programmaboekjes van de Kopergietery, de kooktijdschriften, de schoendoos met linten, spelden en mooie draadjes die ik in mijn leven tegenkwam. Niet de schelpen, de papieren bloemen van anouk, de handdruk van clarisse. Niet de papieren zak vol oude stofresten waar we broches mee maken, de doos met alle stempels erin, neenneenneen.

‘Mama’, zucht Anouk gedecideerd, ‘Jij zou een geheimenkamertje moeten hebben.’
Ik hoor een bevestigende knik, kreun bij Jan.

Ze komt naast me staan, en kijkt heel diep in mijn ogen.
‘We zijn bijna klaar hé, mama, met verhuizen, ook al denkt oma dat we het nooit halen hé. Ze zegt dat we nog heel véél werk hebben, en dat ze denkt dat het niet zal lukken. Wij hebben nu eenmaal héél véél schatten, in ons huis hé. Anders kun jij nooit meer leuke dingen maken. Van die dingetjes die een beetje van alles nodig hebben, zoals lijm, stof, een pluim, een parel en karton. Dat zit allemaal in jouw hoofd hé.’

Ik geef een knipoog en beslis wijselijk te zwijgen.

‘Hoe komt dat eigenlijk in jouw hoofd?’, gaat ze verder, écht een antwoord verwachtend.
Het verhaal van dat kleine knutselventje dat op een dag besloot in mijn hoofd te komen wonen, omdat het er stoffig, rommelig en zolderig is, kent ze op haar duim. Ze gelooft het nu nog amper.

‘Hoe komt het er-uit?’, vraagt ze verwonderd, alsof ze over die vraag nog nooit had nagedacht.

‘Gewoon,’ zeg ik. ‘Gewoon gewoon.’

‘Oef,’ repliceert ze. ‘Gewoon.’

‘Ik pas niet bij een mama in een huis met niks erin hé’, benadrukt ze even later. Ik weet niet waar ze die vergelijking haalt, ik ken niemand in een huis met niks erin, zij ook niet, en trouwens, ik vind huizen met niks erin af en toe heerlijk, denk ik.

‘Ik ben blij met jou,’ zegt ze,’ met je raar hoofd en je knutselplannen.’
‘Ik erf al je doosjes en je stoffen en je boeken als je sterft.
En je hakkelschoenen en je bloemenkleedjes.’

Ze maakt mijn testament, en het hare op, die kleine.

Zolang ze tevreden blijft met wat stof, linten en een schaar, zolang ze vol blijdschap haar rommelmarktcentjes spaart voor een keukentje van Playmobil, zolang ze beseft dat zeeklassen van 160 euro voor sommige mensen on-bet-taal-baar zijn en een schande voor de school, zolang ze dankbaar blijft voor alles wat ze heeft, mag ze mijn hele inboedel aan kleren, snuisterijen en schoenen hebben.

Echt zolang.

Kben bezig

september 2, 2009

Ze is bezig, de kleinste.
Als je haar roept, als ze haar naam hoort, als we tegen haar praten.

‘Kben bezig, mama.’

Honderd keer per dag hoor ik de zin’ kbenbezig’, alsof ze geen rust meer kent. Ze tekent haar handjes vol met stift, ze doolt door het huis met lange kettingen rond haar nek, ze maakt koffie en thee met haar serviesje en zit dromerig voor zich uit te staren in haar zeteltje. Ze geeft heel veel zoenen en kijkt met verwondering naar mijn groeiende buik.

Nie dikke buik, zegt ze. Is baby.
Ze slaat nagels met koppen en ze is nog altijd geen twee jaar oud.