Award

oktober 31, 2009

honest_scrap_award1

Ik kreeg hem van Kruimel.
Laat dat nu net een hele eer zijn, want ik hou zoveel van haar schrijfsels. Ik lach, ik knik en soms heb ik tranen in mijn ogen. Omwille van de zo mooie manier waarop zij alle dingen vertelt. Ik gooi hem dus onmiddellijk terug, die award, gelijk een boomerang. Bedankt, Kruimel!

Tien dingen over mezelf. En jullie weten al zoveel. Ik heb niet veel geheimen, maar wel een paar. Speciaal voor jullie, lezers.

Ik zuig op mijn duim. De eerste tien jaar van mijn leven bijna altijd, daarna enkel nog als ik alleen was. Nu nog zelden, alleen bij groot verdriet en enorme zenuwen. In de lift vlug, voor ik op sollicitatie ging. In de verloskamer, als de vroedvrouw zich omdraait. Dat is het zowat, wat dat duimzuigen betreft.

Ik zoem ook nog, als ik mij concentreer. Luider dan de tv en storend voor de rest, maar ik doe het toch. Ik besef het niet eens.

Ik heb een dikke buik nu, en wildvreemden hebben de drang eraan te komen. Begeleid door kreten als ‘oh’ en ‘ah’ en medelevende blikken. Zo naar voren dragen, dat wordt een jongen, en ook nog dat ik zo laag draag en wellicht te vroeg zal bevallen. Ik laat het allemaal over me heen gaan, lach een keer terug en denk er toch het mijne van.

Mijn collega’s vinden mij stukken rustiger en kalmer dan ik in het echt ben. Alleen kunnen werkgerelateerde zaken mij heel moeilijk van mijn melk brengen. Vandaar wellicht de misvatting. Maar ik laat ze in de waan.

Ik heb een zeer vreemde band met onderwijs. Hoe noodzakelijk vorming en opleiding ook zijn, ik verfoei een groot deel van het huidig onderwijssysteem en maak mij ongelooflijk kwaad in bepaalde gangen van zaken. Ik schaf huiswerk af. Zonder meer. Zodat mijn kind niet zit te kreunen boven rekensommen om half negen ’s avonds. Ik schaf misschien ook meteen rekenen en wiskunde af, want ik hou er hoegenaamd niet van.

Ik fiets of stap elke morgen de Kantienberg op, wriemelend tussen al die hippe studenten, en k tel elke keer de trappen die ik maak tot ik boven ben aan het museum.

Ik stop altijd als ik de maan zie, en mijn dochters ook. We spelen dan meestal een spel, kiekeboe-maan, waarbij de maan zich achter de huizen verstopt en wij haar terug moeten vinden.

Wij vinden elke dag minstens één nieuw woord uit, hier. Waardoor Clarisse bij momenten een zeer onbegrijpelijke woordenschat heeft voor buitenstaanders. Jammer, maar wij vinden nieuwe woorden zo lekker, dat we onszelf soms wat moeten remmen. Wat denk je van ‘kriebelbrood’, ‘muziekstinkie’, ‘floeperkast’ en ‘blotebillencake’?

Jan stond héélemaal achteraan in de rij bij het bedelen van de fantasie. Het is genetisch, denk ik. Zijn ouders krullen als ze me bezig horen, vrees ik ook. Mijn schoonzus denkt wellicht dat het aan de hormonen ligt. Jan rolt met zijn ogen als ik aan het vertellen ben, en sedert kort rolt hij ook met zijn ogen als de dochters aan het vertellen zijn. Hij voelt het niet, maar lacht wel, en dan weet ik dat het goed is.

Ik nu koffie zal drinken, want de zaterdagochtend is heerlijk.

Advertenties

Zus

oktober 24, 2009

‘Ik word natuurmens’, zei ze beslist, en dat klonk als iets onheilspellends, spannends en mysterieus.
Terwijl ze de woorden uitsprak, vlamden haar wangen rood en keek ik naar het kleefkruid in haar haren.
‘Hm’, mompelde ik. Hm.
Ik kon me bij natuurmens weinig voorstellen, ik wist alleen dat mijn blaas op springen stond, ik het koud had en ik liever bij de haard had gezeten.

Met veel te grote rubberen laarzen ging ik haar achterna, het bos in.

‘Kijk’, glunderde ze, ‘wat vind je ervan?’

Ik keek en ik zag het werk waar zij een halve dag mee bezig was geweest. Het was een kleefkruidkamp, laag bij de grond, maar lang genoeg om met drie, plat op de buik, in te liggen. Als een camouflage in een oerwoud vol wilde dieren.

Die wilde dieren, die verzon ze maar bij. Een op hol geslagen oergeit, een bende uitgebroken schapen, poezen die bezeten waren en een hond die meer tanden had dan kwijl.

Ik kroop door het kamp, omdat zij het had gemaakt. Mijn broer ook, maar misschien omdat hij het leuk vond. Zij omdat ze zich echt in het oerwoud waande. Dat denk ik toch.

Jaren hield ze vol, ze zou natuurmens worden, maar ze werd eerst kleuteronderwijzeres (wat niet bij haar paste) en toen verpleegster (wat nog minder bij haar paste), om uiteindelijk haar draai te vinden in de interieurvormgeving. Wat ongelooflijk bij haar past.

Ik zie haar bijna nooit, wat veel te weinig is, en ik noem haar nog altijd zus, al is dat niet echt zo.

Maar ze draagt een vreselijk warme plek in mijn hart.

Dragen

oktober 21, 2009

Wij zoeken een nieuw draagsysteem.
Ik heb mijn trico slen waar ik de kleinste in zal wikkelen, zolang mijn rug het houdt. Clarisse blijft voorlopig in de buggy, die nog altijd omgetoverd kan worden tot draagmand.
Maar dan.
Vanaf april moet ik ’s morgens, alleen, drie kinderen naar school/onthaalmama brengen, zonder auto. Ofwel met de fiets, ofwel met de tram.

Opties die de revue al gepasseerd zijn:
* fietskar: kan ik vlot de twee kleinste mee wegbrengen, Anouk die wacht thuis, ik pik haar op en laat de fietskar thuis staan. Contra: geen plaats voor een kar in ons huis, duur en ik vraag me af of ik met de kar naast het fietsen nog iets zal doen?

* trapje achteraan onze buggy, meerijdpanlje noemt dat op de website. Niet echt overtuigd, blijkt meer dan twéé klikken in te houden, en niemand lijkt echt pro. Zolang niet dus.

* Clarisse altijd laten stappen lukt tegen dan misschien wel, maar ik moet haar nog kunnen vervoeren hé, kwestie van wat onafhankelijk te zijn.

* Neen, we opteren niet voor een tweede auto, die eerste maakt al fileleed genoeg mee dat een mens zich soms afvraagt waar we in hemelsnaam mee bezig zijn.

* Rest, en ‘k was die optie eventjes uit het oog verloren, een rugdrager. Mijn nichtje kwam gisteren met dat idee, en ik was plots door het dolle heen. Een rugdrager, begod. Mijn een ijzeren gestel zodat ik die alleen kan heffen, geen beco, een trekrugzak met wat ruimte voor tassen en zo. Zo trek ik alleen mijn plan, heb ik mijn handen vrij, kan ik (met gemak) de tram op, en kunnen we die bovendien ook gebruiken als we naar ’t bos gaan, of naar de Ardennen. Daar kunnen ze allebei nog in. Betaalbaar ook, dacht ik.

Je ziet me al komen. Iemand een idee? Iemand ervaring? Anna met al je kinderen? Lien, die goed en uitvoerig test?

Op de leesplank

oktober 20, 2009

In de doos voor de kleinste zitten momenteel:
héél véél Guido van Genechten, gewoon omdat ze zo mooi zijn, zijn boeken. Ze zijn sober, duidelijk en vallen compleet in de leefwereld van de peuters. Ze kunnen bergen fantasie aan, en wij hebben er hier een hoop, en daar houden wij zo van.
‘Mini wordt wakker’ en ‘In het pikkedonker’ van Kitty Crowther, omwille van dezelfde soberheid, de heerlijke details en de lieve, realistische verhaallijn.
Stilaan slingert nu ook opnieuw het werk van Velthuijs binnen, want ik blijf het heerlijk vinden. De illustraties kunnen me elke keer opnieuw enorm bekoren, hij is een meester in het tekenen en ik vind dat hij veel anderen in veel opzichten overtreft.

Dit wordt vast en zeker ronde 2: alle boeken die eventjes aan de kant werden gelegd, omdat Anouk er ondertussen te groot voor was geworden, komen één voor één terug. Mijn god, wat is dat fijn.

Zeeklas

oktober 20, 2009

Met twee valiezen en een plastieken zak is Anouk gisterenochtend op zeeklas vertrokken. Voor vijf dagen, met een handgemaakte zeemeerminnenstaart (door mijn vriendin gemaakt, maar niet op foto beschikbaar wegens fototoestel uitgeleend) en een zeemeerminnenbeha met Sint-Jacobsschelpen. Zelfbedacht én uitgewerkt door mijn vriendin. Ik heb alleen het schamele naaiwerk van de beha onder mijn naam staan. Bovendien heeft ze een pak – écht zelfgemaakt – zeebriefpapier mee, om al haar geliefden een brief te schrjven. Bedrukt met schelpen, vuurtorens, boten, vissen en de zee.

Het is de zeeklas van 160 euro, waar ik mij aanvankelijk wat vragen bij stelde, want ik vind reizen van 160 euro, zeker als die niet vrijblijvend zijn, voor een lagere school eigenlijk wel wat schandalig duur. Niet voor mezelf, maar wel als gedachte. Omdat ik weet dat er ouders zijn die in de klas die hierdoor moeilijk de maand doorkomen. En er is de druk en sociale verplichtng, waardoor je er echt niet onderuit kunt.

Toch, de beslissing is genomen, de kinderen zijn vertrokken en dat was geen dag te vroeg, want Anouk kakelt al weken rond als een kip zonder kop, met slechts één woord:’zeeklas’. Het programma belooft boeiend te worden, het weer is nu eenmaal het beste weer dat een mens kan hebben om naar de zee te gaan en de kinderen zien het ongehoord zitten.

En ondertussen is het hier verrassend stil. Op een kakelmonster van een jaar of 2 oud na, dat precies aan uitbreiding van haar woordenschat doet. Favoriete woorden zijn dees daags: ‘verjaardagsfeest’, ‘hoekje staan als je stout bent’, ‘sorry, mama’ en ‘ziezo’.
Het eerste en het laatste woord worden wel 100 keer per dag gebruikt, en het lijkt erop dat wij hier niets anders doen dat feesten organiseren en beschouwend ‘ziezo’ murmelen na afloop.

Een mens leert zichzelf kennen door zijn kinders, zegt men.
Wie weet.

Ziezo.

We zijn er een maandje – virtueel – tussen uit geweest.

Verhuizen doet wat met een mens.

Met de lader van mijn gsm, bijvoorbeeld. Waardoor ik plots nog minder bereikbaar ben.
Met de code van mijn mail, bijvoorbeeld, die ik niet onthoud en die plots ook verdwenen bleek te zijn. Nog minder bereikbaar.

En toen kreeg ik plots het lumineuze idee de tv weg te doen. Een keer proberen hé. Geen hippiegedoe, geen langetermijnplannen en geen doordachte visies. Alleen maar een keer proberen, zo. Hopen tijd erbij, terwijl ik geen echte tv-kijker ben. En mijn vent is zo lief dat allemaal te pikken. Mijn kinderen ook, trouwens, alleen durft Anouk nog wel eens héél zielig zeggen dat ze er misschien niet meer bijhoort, dan. Wat ik niet geloof, en van zodra ik voel dat mijn kind serieus gediscrimineerd wordt omdat het geen tv kijkt, dan schaf ik mij er sebiet enen aan, sie. Maar ik ben vrij gerust in het sociaal gedrag van die puber van 9, dus voorlopig is dat ook al geen argument.

Voor de rest verdoe ik mijn tijd met rugpijn proberen te verdragen, dozen leeg te halen en kinderen aan- en uitkleden (ik heb dat gevoel altijd als de winter op komst is). Als er dan nog wat tijd rest, kruipt mijn hoofd in de taal van Roddy Doyle, met wie mijn ongeboren kindje een geheim pact moet hebben gesloten, denk ik. Ik droom elke nacht van Dublin en lees zijn boeken nog gretiger dan ik vroeger deed. Ik proef de zure smaak van Ierland in alles wat hij schrijft. Heerlijke boeken voor de herfst, als het een tip mag zijn.

En u daar aan de andere kant?
Bent u er nog?
Alles goed? Zin in de herfst?