Blij

april 29, 2010

Ik ben vandaag blij met:
* de dag
* en bijgevolg met de eerste dag minder ellendig deze week
Want daar ging het dus om, simpelweg om ziek zijn, in de vorige post. Dat er tonnen concurrentie bestaat, I know. Dus ben ik eigenlijk een beetje blij dat het maar om een banale verkoudheid ging.

* het San Pellegrino-water dat mijn lief vandaag voor mij kocht. Decadent lekker.

* Bijgevolg ook met mijn lief. Die echt echt met mij zal trouwen, volgende zomer.

* mijn onthaalmama, die zo alert en geduldig is met mijn kinders. Ook met die ene, die niet graag opruimt en van ‘schouderhangen’ haar favoriete bezigheid heeft gemaakt.

* Kasper en Romy, de twee kleine spookjes die in mijn hoofd, de schuif van mijn bureau en in het hart van Clarisse wonen sedert kort. Ze slapen in luciferdoosjes en tuimelen rond op vliegenvleugels. Ze slurpen spaghetti als echte Italianen en piepen over mijn schouder mee als ik aan het werken ben. Ze zijn bijna echt, en lokken op elk moment van de dag een smekende ‘nog keer mama plies’ uit.

* mijn bed, dat me slaap zou moeten geven, maar het liever houdt op wakkere baby sussen. Dus, Lies en Els, ik weet wat ge bedoelt.

En u, wat maakte u blij vandaag?

Advertenties

Raadsel

april 27, 2010

Het zou een raadsel kunnen zijn:
Wat kun je missen als kiespijn als je kinderen rondlopen hebt?

Op de lappen

april 24, 2010

Dat de boog niet altijd gespannen moet staan, leert men. Dat eens toepassen is soms moeilijker dan ge denkt. Gelukkig ben ik het niet helemaal verleerd.

Dus toen ik ging ik voor het eerst weer een keer weg.

Zonder baby, en zonder de gedachte ‘ik moet vlug naar huis’.
Wel met een nicht en haar vriendin.
Gaan eten. Gaan drinken. Gaan babbelen. Plannen smeden voor zomerse picknickmiddagen.

Met amper vier uur slaap in mijn lijf, een hoofd dat overheerlijk deugd doet en een dochter van 2.5 op mijn schoot, begin ik aan het tweede deel van mijn weekend.

U hopelijk met evenveel zin.

I know

april 21, 2010

Ik moet dringend eens bloggen hé.
‘k Weet het hoor.

Maar met terug 5/5 te gaan werken en een babyke dat mij ’s nachts gelijk liever ziet dan overdag, is het rennen.
Rennen, rennen, rennen.
Om als een blok in slaap te vallen.
Mijn mail amper te checken.
Mijn cadeautje voor Kruimel voorzien van een briefje.

Nog een geluk dat mijn lief alles op zich neemt, inclusief koppige peuters entertainen.

Maar.
Er is beterschap in zicht. Want vrijdag komt mijn poetsvrouw (de nieuwe) voor de eerste keer.

En ik, ik sus mij met de gedachte dat ik mij vanaf dan minder moe zal voelen.
* lacht zichzelf op dit eigenste moment keihard uit*

Mijn leven bestaat uit melk, melk, melk.
Kolven, borstvoeden en potjes invriezen en verpakken.

Moest er hier zoiets als een melkbank bestaan, ik droeg gelijk een potje binnen, elke dag.

Mijn nieuwe naam.
Miss Kolvenaer.

Mijn lief is een held!

april 14, 2010

Hij draait een beetje muziek voor mij, in de lente.
Zo naadloos, van cd naar minidisc en terug. Wij hebben lots of minidiscs hier.

Hij weet exact wat ik wil horen, en vol spanning wacht ik het volgend liedje af.

Jeugdsentiment!Onze eerste weken samen-sentiment! Nathalie Merchant-sentiment, want ik dweepte met haar toen ik 15 was.
En plots, tussen al dat sentiment door, was er Jacques Brel.
‘Il neige sur Liège’ is mijn favoriet.
Maar het was het magistrale ‘Ne me quitte pas’. Het schoonste Frans, de smekende taal.

En in ruil voor al dat schoons, heb ik maar een pot spaghetti gemaakt. En iets vegetarisch ook.

Dat was ne keer fijn, wij twee, met wat muziek en een bord vol pasta.

Modern

april 12, 2010

Hij draagt een veel te grote jas. Een bodywarmer, waarvan de schoudernaden ver over zijn schouders hangen.
Zijn broek daarentegen, die komt te kort.
De trui die hij aanheeft is net gepast. In tegenstelling tot vroeger, toen hij truien droeg die echt te klein waren.

Zijn vel is ruw, zijn handen zijn schoppen. Zijn lijf voelt zo stevig aan als ik hem een zoen geef. Hij wankelt bijna niet als ik hem enthousiast begroet. ‘Marietje’, lacht hij dan.

Een frietpot vindt hij modern, een cd-speler iets dat niet iedereen heeft (hij geeft ons met trots cd’s die hij gratis kreeg in de winkel), en van een geheugenkaart had hij al helemaal niet gehoord. Gebiologeerd luisterde hij naar Jan, die hem vertelde over de kaart in ons fototoestel. Dat die zomaar verplaatst kon worden naar de computer.

Zij noemt hem Pa. Wij noemen hem Pépé. Clarisse noemt hem Pépé Ketting. Een naam waar hij uitermate trots op is. Net als op de gouden ketting die rond zijn nek hangt.

Als hij praat, wat veelvuldig voorkomt, dan bootst hij vaak geluiden na; van motoren, auto’s en machines. Want daar weet hij alles van. Net als van water, electriciteit, daken en metselen.

We zuchten soms een keer, omdat hij zoveel babbelt. Omdat hij alsmaar dozen meebrengt, waarop ‘Ledeberg’ staat geschreven. Vol met zolderrommel en véél te grote kleren in een maat die niemand hier past.

Maar als ik hem gisteren zag, wist ik weer hoeveel goud hij waard was. Hoe gebogen hij naast zijn zoon liep. Hoeveel ze op elkaar lijken, die twee. Hoe anders ze ook zijn. Hoe stug ze met elkaar omgaan, terwijl ik af en toe eens rond zijn nek vlieg. Waarop ze beiden bedeesd staan te kijken. Lachend, ook een beetje.

Mijn schoonpapa toch. Ik heb weinig met mijn echte vader, maar des te meer met deze zeebonk van een man.

Emokip en Keikop

april 7, 2010

Ik ben een hele emokip geworden.
Zo een kakelend kieken dat met haar hoofd geen blijf weet.

Ik moest gaan werken en mijn dochter wil niet van de fles drinken.
Dus dan heeft ze maar een hele dag niet gedronken.
Niet.
Als in elf uur lang geen vocht, of zo.

Om dan om 5 uur aan mijn borst te drinken alsof haar leven ervan afhangt.

Maar.
Het was wijs om weer te werken.
Ik heb niet gebleit. Alleen gelachen.
En een oude bekende op de bus gezien.
Het was wijs mijn collega’s terug te zien.
Het was goed eens zonder baby rond te dolen op weg naar het werk.

Maar morgen moet ze drinken, echt.

Ziel

april 6, 2010

– Dankie, lief schatteke.
– Ja, dat mag (op de vraag of ze nog een boterham wil)
– Laatmelust! (te pas en te onpas, meestal als het haar niet aanstaat)
– Tis plachtig hé (bij oorringen, baby en mooie kleedjes. bij schoenen ook)
– Zeg! Zo niet hè (als ze denkt dat ze de baas is)

Woordenschat weerspiegelt de ziel.

Zou het?

Karjonkel

april 2, 2010

Koortsachtig zocht ze naar mijn borst, gisterenavond.
Ze dronk dronk dronk tegen de sterren op.
Haar wangen werden rood, haar ogen vielen dicht.

Als een klein poppetje leg ik haar op dat moment neer. In haar eigen bed. Voor de nacht.

Maar niet gisteren. Oh neen, niet gisteren.

Ik hield ze nog een uur daar liggen. Met haar neus tegen mijn borst. Kwijlend, een beetje.
‘Hey’, suste ik, ‘morgen is de dag’.
‘Maar troost je, karjonkeltje, hij duurt niet lang. Bovendien ben je bij Cica, en zus is er ook. Cica is de beste, en zus ook. Ze zal piepstemmen voor jou, en verhaaltjes voorlezen. Ze zal ongegeneerd vragen of ze je niet mag nijpen, of bijten, of ‘klein beetje keppe doen, zeker’.

‘Je zult écht van de fles moeten drinken, ook als je tiert. En slapen op een ander’, ging ik voort.
‘Maar om half vijf ren ik mijn longen uit mijn lijf om bij jou te zijn. Voor vier volle dagen nog.
Want woensdag is het voor echt.’

Ze sliep en trok zich van mijn gefluister weinig aan.

Maar ik drapeer mijn sjaal, die ik al dagen aanheb, rond haar. Haar eigen deken gaat mee op stap.
En de kakapamper die ze deze ochtend had, zit in mijn handtas. En hij blijft daar.

Want ze is het heerlijkste meisje dat ik ken, en haar kaka ruikt naar een echt parfum. Of toch bijna.

Collega’s, ik ben bijna terug.