De redenen

juli 5, 2009

Waarom wij het huis kopen dat we kopen:

* de buurt
* de brede gang
* de mooie deuren (en de mooiste die staat op zolder, verstopt tussen een hoop rommel)
* de planken vloeren
* de lichtinval
* de druivelaar
* de trap
* de bovenruimtes
* de zolder, waar ik wilde plannen mee heb

Nu nog:
* wachten op de sleutel
* de rommel sorteren: de meeste rommel vliegt het huis uit, ik wil niks mee dat niet schoon is
* dat houdt in dat een aantal kasten sneuvelen, plastieken speelgoed op de rommelmarkt verkocht wordt, en teveel jeugdsentiment met de vuilnisman-van-het-papier meegaat
* alleen de liefdesbrieven, die van Jan én die van mij, van onze vorige levens, verhuizen mee, want het geeft een goede indruk als kleinkinderen zich later over je hebben en houden buigen. Liefdesbrieven met vermufte parfumgeuren, kruisjes en eeuwige beloftes, meer moet dat niet zijn
* een pop of twee en wat oud speelgoed van de jaren ‘70
* de familie-commode-kast met marmer blad, één van de weinige meubelen die van Jan zijn

Verder:
* verdwijnt die af-schu-we-lijke lamp uit onze living,
* sla ik die stomme blauwe kast met de deur die altijd open valt, in stukken,
* hou ik van mijn boeken alles, maar dan ook alles bij,
* ben ik op zoek naar een kast voor alle kinderboeken

Want als ik zo eens door mijn collectie kinderliteratuur snuister, dan glim ik hier meer dan een beetje, want ik heb zowat een kleine collectie om u tegen te zeggen:
Guido Van Genechten, Max Velthuys, Vos en Haas, alles van bart Moeyaert, veel van Anne Porvoost, pakken Klaas Verplancke, tonnen Carll Cneut, Annie M.G. Schmidt, Roald Dahl en dan nog een kast of drie hedendaags kinderwerk, met véél illustraties, kartonnen boekjes met hopen en dozen boeken van toen ik klein was.

Met als kers op taart voor tweejarigen: Het kartonboek Binnendingen. Dat hier op zeer veel enthousiasme wordt onthaald, dees dagen. ‘Kijk, mama, kijk’, bijvoorbeeld. En ‘boekje lezen, mama, help’.
Een echte, echte aanrader.

juli 3, 2009

nachttafel

Zo ziet de nachttafel van mijn dromen er ongeveer uit.

Nu nog witte muren, een afgewerkte planken vloer en lange witte gordijnen met fijne bloemetjes.

Ongeveer.

Kast en co

juli 3, 2009

Wij zijn een beetje slecht in het uitkiezen van baby-artikelen.

Zo komen wij rillerig bij de gedachte aan een toestelletje dat eten kookt en mixt en al.
Wij hebben nu nog altijd geen kast om baby’s op te verversen, wij doen dat na bijna 2 jaar nog altijd op tafel. We hebben ook geen baby-kamer, want die is ook naaikamer, boekenkast en knutselgerief-in-één.

Ik hoor collega’s druk bezig met het inrichten van kamers, assortie gordijnen en kussenslopen en dan denk ik: ‘help!’, want geslacht, doopsuikers en meer van dat, dat is hier gelijk nog niet aan de orde.

Ik weiger een Doomoo te kopen voor mijn kinderen, omdat ik ons zeteltje van 35 euro veel zaliger vind, en stukken goedkoper en gemakkelijker. Ik doe niet mee aan dure steriliseerapparaten en ingenieuze pamper-geur-verdrijvers, met hygiënische zakjes die de pampers apart verpakken en inwikkelen, speciale zetels om borstvoeding in te geven die stukken van mensen kosten. Poppen die mijn hartslag nabootsen. Ze hoort de mijne wel als ze aan mijn borst ligt en in de draagdoek hangt. Bovendien moeten kinderen leren slapen zonder al te veel hulpmiddelen, want ge kunt ze eigenlijk aan alles aanhankelijk maken zo.

Ik vind die hele baby-markt zwaar opgeklopt en overdreven, en zelfs bijna niet eens verleidelijk.

Waar ik wel bij zweer: de draagdoek, zeker in het begin, want ik heb hem dagen, weken héél véél aangehad, en mijn baby werd er steevast rustig in. Wat ik daarnaast nog handig vind: de TrippTrapp. Ze zit er veel in, en graag ook. Wat ik wel wil, en al veel eerder moest gekocht hebben: de Handy-Sit, het stoeltje dat geen plaats inneemt en keigemakkelijk is als je op verplaatsing bent.

Tot daar mijn baby-spullen-analyse.
Nu nog op zoek naar een schone kast voor onze kleinste, en een koppel lakens ten optelle, want met dat warme weer krijg ik ze niet op tijd gewassen.

Eerst was er het einde van het schooljaar.
Met lovende kritieken, tranen en beschrijvingen die passen bij Anouk als geen één.
We waren blij, wij.
Met dat kind met het grootste hart van de hele klas, die altijd helpt, veel en hard werkt en eeuwig spontaan en blij is.
Wij zijn hier blij in ons huis met zulke kinderen.
Er waren correcte punten, die goed weerspiegelen wat Anouk kan en wat moeilijker lukt.

Er was de fijne ontmoeting met de beste notenleer-meester van de hele wereld, en massa stoef die we daar mochten ontvangen. Dat ze hard werkt, regelmaat heeft en immer beleefd en vriendelijk is.

We zweven een beetje van zoveel gestoef, echt waar.

Wij hebben dan ook het heerlijkste kind van negen dat je je in kunt beelden. Echt waar.

En nu vakantie, spelen, spelen, spelen.

Rust

juni 28, 2009

Een vierde zwangerschap brengt rust.
Rust in je hoofd en deze ook voor rust in mijn lichaam.

Waar de vorige zwangerschap doorspekt was met kwalen, verloopt deze extreem rustig.
Alleen mijn borsten weten niet goed wat hen overkomt.
De hoofdpijn is over, de misselijkheid was zeer beperkt, en het migraine-gevoel, dat de vorige keer onafgebroken zinderde door mijn logge lijf, blijft voorlopig weg.

Een vierde kind is zo erg anders dan alle voorgaande.
Het voelt zo vertrouwd aan, je weet wat er komt.
Het voelt ook definitief aan, want dit wordt wellicht mijn laatste zwangerschap. Er hangt een stukje nostalgie aan vast, alvoor deze periode om is. Het schiet soms eens door mijn hoofd: ‘ Laatste keer…’, maar zelfs die gedachte brengt rust met zich mee.

Materieel is het ook pakken gemakkelijker dan voorheen: geen lijstjes met dingen die nog aangeschaft moeten worden, want wij hebben echt alles al. Op een nieuwe stoel én andere draagdoek na. Want Jan wil heupdragen deze keer, nu Clarisse haar papa benoemd heeft tot persoonlijke draagstoel. Het moet gek zijn, want veel heup heeft hij gelijk niet, met zijn 65 kilo en maat XXS rond de heupen.
Mijn heupen, daarentegen, beginnen een beetje Afrikaans te groeien, na die 30 maanden zwangeren. In vergelijking met 10 jaar terug dan toch.

Maar ik hou van dat andere lichaam, dat minder vast is en vol tekenen van mijn kinderen zit. De plek van de eerste, de striem van de tweede, de donkere plek door de derde. Geen enkele tattoo-meneer zou het zo schoon kunnen maken, en zo echt alleszins.

En voor al degenen die het van plan waren, en zij die het al gevraagd hebben: ‘Neen. Wij gaan niet per sé voor een jongen, zo zijn we hier niet, in ons huis. ik hou van dochters, en drie dochters lijken mij al even heerlijk.’ ‘t Is maar dat je het weet.

Boek

juni 26, 2009

Net voor ze naar bed moet, waggelt ze door de living naar haar boek.
Luid roept ze : ‘Jos!’ ‘Jos, Jos, ben jij?’
Als ze even later het mooie prentenboek van Guido Van Genechten in haar handjes heeft, kan het allemaal niet vlug genoeg gaan.
‘Kijk!’
‘Slaap!’
‘Saap!’
‘Papa, kijk, slang!’

Tot we bij Jos komen, die samen met zijn beer, muis en konijn in slaap valt.
‘Ootjes toe’, fluistert ze na, ‘laapwel, jos’

En dan begint ze helemaal van voor af aan. Want ook al is Jos doodop, zij is het op dat moment bijlange niet.

Soki

juni 20, 2009

Ik was het een beetje uit het oog verloren, dat juweeltje.

Het zat in de zijkant van mijn agenda en plots was het daar terug.

Mijn mooie broche van Soki.

Het was mijn ontdekking van het jaar op het gebied van juwelen. De juwelen munten uit door hun soberheid, de glimlach die ze op mijn gezicht toveren en de elegantie.

Ik denk dat ik bij hen mijn trouwring bestel.

Het werkwoord kopen

juni 18, 2009

Een jaar geleden, zowat, dachten we: ‘Wat als we nu eens een huis kopen?’

Maandenlang bleef het bij ‘als’ en een voorzichtig redeneren. Mijn huis, dacht ik verschrikt, mijn huis. Ik woon zo graag waar ik woon, en er zijn weinig dingen die mij hier zouden wegkrijgen.

Nochtans.

Een bel-étage. Ik zou er vroeger mee gelachen hebben, met schone verdiepen. Véél te ouderwets, te raar en een groot verlies van ruimte beneden.
Maar na zes jaar, vroeger zelfs, went het. Het went om boven te wonen, een gigantische gang te hebben en een tuin op het eerste verdiep. Tuintje.

Maar ja, dat dromen werd een zoektocht, die al bij al meeviel. Want ik doe dat dus niet graag hé, huizen zoeken. Ik krijg de kriebels van Immoweb en word altijd enthousiast bij de verkeerde huizen.

We kwamen in een goedkoop smijt-mij-om-en-bouw-mij-gerust-opnieuw huis in de Brugse Poort.
Het was gelukkig te klein, want ik was al een beetje verliefd. Ik zie Jan nog altijd zuchten.
Van opluchting hé.

We kwamen vervolgens in een piepklein huis in Mariakerke, dat ik echt lelijk en afschuwelijk vond. Met een hippe Immomadam die een beetje deed alsof ik haar vriendin was en zwaaide met haar telefoon-agenda-dinges. Brr.

Er kwamen nog: huizen met gesloten muur, huis dat fijn was maar te klein, en dat al na één dag werd verkocht, huis met werk en mogelijkheden en een verlaten huis, waar de kinderen blijkbaar halsoverkop waren verhuisd door een echtscheiding.

Een mens ziet nogal eens wat. Neem daar verhalen bij hé, want voor ik het weet vertellen mensen mij hun leven. En dan voel ik me weer slecht. Want meestal ging het om een scheiding, verlies, of ziekte.

En elke keer keken we naar elkaar, zuchtten en zeiden: ‘t Is gelijk dat niet hé.’

Tot het huis met veel werk aan onze horizon verscheen. En ik was verliefd. Op het huis en zelfs een beetje op het werk. Maar ja, dan hadden we plots een fijne buurman die stukken realistischer denkt dan ikzelf en die zei: ‘Bezin eer ge begint.’

En ik bezinde, en op aanraden van de man van mijn vriendin, én de vrouw van mijn buurman, gingen we dan toch maar eens naar een huis hier om de hoek. Ge wist maar nooit.

En gisteren hebben we handen geschud met de mensen van dat huis. En ze zeiden: ‘Het huis is van jullie.’ En morgen worden er compromissen getekend, en wordt er gedanst en gefeest hier in ons huis.

Want wij hebben hier dus zowaar een huis gekocht. Een huis dat past bij ons, zei mijn nichtje. Ik vind dat ook, jong.

Oh ja, en nu zowat iedereen die ik ken het weet: wij krijgen ook een baby, trouwens. Er zit een Reus in mijn buik, en die krijgt de komende maanden de naam Parel, aldus Jan en Anouk. Ik had eerder aan Reus gedacht, maar bon, de meerderheid wint.

Parel, dus. Die ook nog wel als beebie wordt aangesproken. Die volgens Clarisse altijd slaapt (beebie laapt) en het liefst bedekt en zedig blijft (buik toe, mama).

Is dat zo, dat je anderhalf-jarigen en een beetje moet voorbereiden op de komst van een nieuw kind. Ja? Met boekskes en al? Met emo-verhalen en ‘Kijk eens naar de buik van mama’-bevelen.
Daar heb ik dus eens geen ervaring mee, sie. U wel?

Zes jaar geleden, toen wij hier kwamen wonen, ging Anouk net naar school.
Een keuze moest er niet meer gemaakt worden, want op 15 min stappen had ze er al een paar maanden school opzitten. De school in de straat van ons vorig huis.

Het was een evidentie, die school. Zelfs toen bleek dat hier, net om de hoek, op één minuut stappen,ook een school bleek te zijn. Want die school had een overgrote meerderheid allochtone kinderen tussen zijn muren, en er wordt nog al vlug eens gezegd dat dat feit het niveau naar beneden haalt. De taalachterstand zou één van de grote oorzaken zijn. Wat ik zelf bevestigd zag toen ik voor de klas stond. Turkse en Marokkaanse kinderen hebben het vaak een pak moeilijker met de (geschreven) taal. Dat zorgt voor meer werk, meer remediëring, en minder uitdaging voor de autochtone kinderen.

Het is geen veroordeling,maar een feit. Het is dan ook één van de redenen dat Vlaamse ouders vaak niet kiezen voor dichtbijgelegen buurtschooltjes, die algauw de stempel ‘concentratieschool’ krijgen. Die gedachtengang, dat feit: nefast voor de school, de leerkrachten en al zeker voor de kinderen, die op die manier nog minder in contact komen met autochtone kinderen, en op die manier nog minder kansen krijgen om Nederlands te spreken.

Gelukkig loopt het voor dat schooltje vlak bij ons huis niet meer zo’n vaart: waar je enkele jaren geleden nog héél weinig Vlaamse kinderen zag, zie ik daar al maar meer kinderen opduiken die Nederlands als moedertaal hebben. Ik zie fietskarren, ouders met draagdoeken en steppen, ik hoor de enthousiaste verhalen van mijn fantastische buren, die uitermate tevreden zijn over de school. Ik zie veel groen, veel engagement en heel veel blije kinderen als ik er passeer.

Ik was er enkele jaren geleden ook gevoelig voor, voor die waarschuwende vinger over het niveau in zogenaamde concentratiescholen.

Maar het is simpel: het is gelijk het doorbreken van een vicieuze cirkel. Het is de beslissing van doordachte ouders, die tegen die stroom in, toch voor de school gekozen hebben. Die een pioniersrol hebben gespeeld als het om onderwijskeuze ging.

Ik wil mijn dochter graag naar daar. Niet onze oudste, die zit goed waar ze zit, en heeft een band met de school. Maar de jongste dan. Ik wil als ouder het engagement aangaan dat die school verdient. Met of zonder taalachterstand.

Want de schoonste taal, die leren ze toch thuis.

Kunstsuperette

juni 12, 2009

kunstsuperette-2009-3[1]

Ik had het eventjes over het hoofd gezien: er is Kunstsuperette in Gent! Mijn vriendin herinnerde me er net aan.
Twee dagen heerlijk snuisteren tussen zelfgemaakte stukken. En er zou ook aan kinderkapsalon zijn, jong. Ik zou daar graag eens naartoe met Clarisse, want haar haar is wild, en al zeker als ze opstaat. Nu, ik kan niet, maar voor wie wel kan: doen!doen!doen!